HET KARAKTER VAN TUINPLANTEN



De lente is begonnen en slakken met een huisje en een tuintje zijn al weken druk in de weer. Planten verpotten, het gazon verticuteren, her en der snoeien en de echte durfals halen de dahliaknollen al uit de schuur. Het is natuurlijk altijd goed om wat meer kennis op te doen omtrent vaste planten, heesters en bomen. Daarom volgen hier wat wetenswaardigheden uit de plantenencyclopedie betreffende een tot op heden onderbelicht thema: het karakter van diverse planten.

Sneeuwklokjes, krokusjes en narcissen hebben al uitbundig gebloeid. Het zijn bescheiden, makkelijke plantjes die met hun rijke kleurschakeringen oprecht hun best doen om een winterdepressie c.q. coronadip te verdrijven. Schattenbollen! Ook de forsythia levert al vroeg in het jaar haar bijdrage. De goudgele bloesem van deze beslist niet veeleisende heester verspreidt steeds een gevoel van welbehagen.

Nog even en de magnolia's tonen hun - protserige - pracht. 'Kijk míj eens', maar het dan toch steeds weer niet helemaal waarmaken. Keer op keer die té korte bloei en buitenproportionele rotzooi. Aansteller.

Maar dan de blauwe regen. Een echte enthousiaste klimmer met een bourgondische inborst. Overdadig, het kan niet op. Geen muur te hoog, geen schuur onneembaar. Bovendien nog twee keer per jaar bloeien ook. Een echte sfeerbrenger die erom vraagt om de wijn te ontkurken, te zingen en te dansen.

Hij vertoont nogal eens grensoverschrijdend gedrag, maar regelmatig grenzen stellen met een snoeischaar is voldoende.
Diverse clematissoorten gedijen goed in zijn nabijheid: Ook zij houden van schaduw aan de voetjes en een zonnetje op hun hoofd. Een goede match, hoewel de liefde van de blauwe regen de neiging heeft ietwat verstikkend te zijn. Het sterke karakter van de clematis is daar overigens wel tegen opgewassen. Haar fijne takken wentelen zich om en door de armen van haar minnaar en samen vormen zij een aantrekkelijk kleurenpalet.

In mei komt de sering tot bloei, een stoere bink. Gul met bloesem en heerlijk geurend. Daarna komen de vlinderstruiken. Het moet gezegd: het zijn lelijkerds. Maar ze trekken veel moois aan want hun naam hebben ze niet voor niets.
Pas in juli trekken de hortensia's de aandacht. Wát kunnen ze mooie bloemen produceren en lang bloeien. Maar ze trekken het niet meer met die hete zomers. Jammer, maar ze hebben hun tijd gehad.
In de herfst kunnen we dan nog nagenieten met de veelkleurige asters. Helaas zijn ze nogal opdringerig en roepen daardoor ook wel eens irritatie op, maar ach, het is vergeeflijk: ze doen hun best.

Er zijn Slakken zonder tuin. Maar er zijn geen slakken die niet geníeten van tuinen. Er valt nog heel veel meer te vertellen over de aard van de planten in onze tuinen. Geïnteresseerden worden verwezen naar de Plantenencyclopedie van de P. Arnoldussen uit 1998.




Inzender: Karakol