Slakkengang

NOS - economie

NOS Economie
  1. Het wordt voor werkgevers steeds moeilijker om openstaande vacatures in te vullen. In het eerste kwartaal van dit jaar is de krapte op de arbeidsmarkt verder toegenomen, zegt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

    Stonden er in het laatste kwartaal van 2021 nog 106 vacatures tegenover elke 100 werklozen, in het eerste kwartaal van dit jaar is dat opgelopen tot 133 per 100. En dat is een record.

    Het aantal vacatures steeg met 59.000 naar 451.000 en het aantal werklozen daalde tegelijkertijd met 32.000 naar 338.000. Dat is 3,5 procent van de beroepsbevolking. De meeste vacatures zijn er in de handel, de zakelijke dienstverlening en de zorg. Samen zijn deze drie branches goed voor de helft van alle vacatures.

    127.000 banen erbij

    Er kwamen 127.000 banen bij in een kwartaal tijd. Daardoor is het totaal aantal banen gestegen naar een recordhoogte van 11.244.000. Daarbij gaat het om zowel banen van werknemers als van zelfstandigen, voltijd en deeltijd.

    Bij uitzendbureaus kwamen er in drie maanden tijd 57.000 banen bij. Dat is een stijging van 7,6 procent en de hoogste groei in 26 jaar. Daarmee is de uitzendbranche ook weer terug op het niveau van voor corona. Tijdens de coronacrisis daalde het aantal uitzendbanen juist hard.

    Onbenut arbeidspotentieel

    Het zogeheten onbenut arbeidspotentieel daalde voor het zevende kwartaal op rij. Het gaat nu nog om 1,1 miljoen mensen. 338.000 van hen zijn werklozen, oftewel mensen zonder werk die recent naar werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn.

    Voor een ander deel gaat het om mensen die beschikbaar zijn en niet gezocht hebben (182.000) of juist niet beschikbaar zijn maar wel gezocht hebben (119.000). Dat zijn de zogeheten semiwerklozen. En dan is er nog een groep van bijna een half miljoen onderbenutte deeltijdwerkers. Dat zijn mensen die in deeltijd werken, meer uren willen werken en hier ook direct beschikbaar voor zijn.

  2. Twee ziekmeldingen leidden vanochtend tot de sluiting van een belangrijke verkeersader in Zuid-Holland. Rijkswaterstaat sloot de Ketheltunnel omdat twee toezichthoudende operators zich afmeldden. Dat roept vragen op over de kwetsbaarheid van onze belangrijke voorzieningen. Rijkswaterstaat sprak van pech. Is dat terecht?

    Van een structureel personeelstekort is geen sprake, zeiden een Rijkswaterstaat-woordvoerder en minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat. Het zou zijn gegaan om een uitzonderlijke situatie: zowel de eerste bewaker als zijn vervanger bleek ziek te zijn. Het openhouden van de tunnel was daarom niet veilig genoeg.

    "Het kan inderdaad pech zijn", zegt Bert van Wee, hoogleraar Transportbeleid aan de TU Delft. Hij wijst er wel op dat Rijkswaterstaat wellicht meer had kunnen doen. "Ik zeg niet dat je dit tegen iedere prijs moet willen voorkomen, maar als je met een beetje kosten de betrouwbaarheid kunt verhogen, laat dan meer mensen klaarstaan."

    Probleem

    Dat laatste is op de langere termijn juist mogelijk het probleem. Want er mag dan volgens Rijkswaterstaat geen personeelstekort zijn, volgens de vakbond VPW is er wel degelijk sprake van krapte.

    Er is voor uitval en andere spoedgevallen een protocol bij Rijkswaterstaat. Richard Goudriaan, voorzitter van de VPW en lid van de ondernemingsraad van Rijkswaterstaat, legt het in grote lijnen uit. "Allereerst wordt gekeken of je bij uitval kunt schuiven met medewerkers die bevoegd zijn voor de werkzaamheden."

    Zo zou afhankelijk van de situatie één persoon bijvoorbeeld ook twee tunnels kunnen bewaken. Als dat niet mogelijk is, moet worden bepaald of de tunnel dicht moet of kan openblijven. Dat tweede is zeer riskant, maar in theorie is dat wel een optie, zegt Goudriaan. "Het zijn verschillende belangen die je moet overwegen."

    Hoe de afweging in dit geval gemaakt is weet Goudriaan niet, maar hij ziet wel dat personeel vaak strak ingeroosterd moet worden. Vooral bij uitvoerende functies als verkeersleiders en operators is er volgens hem krapte. "Nu nemen ze diensten van elkaar over of werken ze extra diensten, maar dat kunnen ze niet structureel blijven doen."

    De vakbondsvoorzitter vindt dat Rijkswaterstaat eerder moet zoeken naar nieuwe aanwas, al beseft hij dat die moeilijk te vinden is. Dat ligt volgens hem onder meer aan de onregelmatige diensten.

    Ook elders personeelskrapte

    Ook in andere sectoren is er personeelskrapte. Pim Beljaars van WWB, de werkgeversvereniging van waterbedrijven, herkent het probleem. Het speelt vooral bij cruciale functies, zoals monteurs die een gaslek of elektriciteitsstoring kunnen verhelpen.

    "Soms wordt er al gekeken naar werknemers uit het buitenland", zegt Beljaars. "En er zijn campagnes om de jeugd, en zeker meisjes, te enthousiasmeren voor deze werkplekken." Beljaars ziet, net als Goudriaan, dat essentiële plekken op korte termijn nog vaak wel opgevuld kunnen worden, maar dat de lange termijn een probleem dreigt te worden.

    De koepel van drinkwaterbedrijven, Vewin, maakt zich geen zorgen dat de krapte leidt tot leveringsproblemen. De processen zijn volledig geautomatiseerd en zijn ook op afstand te bedienen, benadrukt een woordvoerder. Bovendien moeten drinkwaterbedrijven nu eenmaal voldoen aan de wettelijke leveringsplicht.

    Noodgeval

    Andere cruciale bedrijven houden ook rekening met langetermijnkrapte. Zoals netwerkbeheerder Tennet. "Er is meer werk dan er mensen zijn, vooral voor bouw- en onderhoudswerkzaamheden", zegt een woordvoerder. "Dat tekort is er niet per se door financiële oorzaken, maar technische functies moeten gewoon weer onder de aandacht komen bij jongeren."

    Tennet heeft ook een protocol bij uitval. "Allereerst hebben wij twee bedrijfsvoeringscentra, die in een noodgeval elkaars werk kunnen overnemen. Er zijn meerdere ploegendiensten die rouleren. Bij uitval is er altijd een reserve voor iedere rol en kan er dus bijvoorbeeld iemand uit een andere ploeg invallen. Daarbij zijn er ook mensen die eventueel een andere functie of andere werkzaamheden kunnen overnemen."

    Bank

    ASN, als bank een ander cruciaal bedrijf, heeft volgens een woordvoerder "meerdere uitwijkmogelijkheden". Zo moet het gebruik van diverse servers ervoor zorgen dat de IT-dienstverlening doorgaat.

    Bovendien valt ASN onder de Volksbank, "waar voor een deel ook dingen opgevangen kunnen worden. In de meeste gevallen merk je als consument dus niets van personeels- of technische problemen achter de schermen."

  3. Vandaag wordt bij verschillende Nederlandse vliegvelden gedemonstreerd door mensen die vinden dat de overlast en de vervuiling door de luchtvaart de spuigaten uit loopt. Ze willen onder meer dat er een eind komt aan de groei van Schiphol, waar het vliegverkeer na de coronadip al weer flink aantrekt. De verwachting is dat het rond 2024 weer op het oude niveau is.

    Veel mensen zetten vraagtekens bij de grootte en de zogeheten hubfunctie van Schiphol. Het vliegveld is er trots op dat het met 317 bestemmingen een van de best verbonden luchthavens ter wereld is. Dat maakt het aantrekkelijk voor transferpassagiers om via Amsterdam te reizen. Van alle passagiers op Schiphol is bijna 40 procent er alleen voor een overstap, op vluchten van KLM is het aantal overstappers zelfs bijna 70 procent.

    "Overtollig en schadelijk", noemt de Werkgroep Toekomst Luchtvaart, ruim tien jaar geleden opgericht door bezorgde omwonenden, die vluchten vol transferpassagiers. "Ze veroorzaken meer uitstoot, schade en overlast dan dat ze ons iets opleveren", zegt voorzitter Hans Buurma. De werkgroep analyseerde het hele bestemmingennetwerk van Schiphol op economisch nut voor ons land en komt tot de conclusie dat zeker honderd bestemmingen geschrapt kunnen worden. Buurma: "Je hebt er praktisch niets aan voor de handel, voor het zakelijk luchtverkeer en ook niet voor vakantiegangers."

    Naar 350.000 vluchten

    Het schrappen van deze honderd bestemmingen zou 98.000 vluchten per jaar schelen. Daarbovenop kunnen volgens de werkgroep nog eens 50.000 korte vluchten worden vervangen door reizen met de trein. Daarmee hou je zo'n 350.000 vluchten per jaar over, 30 procent minder dan de bijna 500.000 vluchten in 2019. "Dat betekent ook 30 procent minder stikstof- en CO2-uitstoot en 30 procent minder overlast", aldus Buurma.

    Ook onafhankelijk onderzoeksbureau CE Delft concludeerde eerder al dat krimp niet tot welvaartsverlies hoeft te leiden.

    De werkgroep van omwonenden baseert haar analyse op CBS-cijfers over de handel met de bestemmingen en verklaarde alle vluchten naar plekken waarmee Nederland nauwelijks handelsrelaties heeft als overbodig. In 2019, het laatste 'normale' vliegjaar, werden er 91 bestemmingen aangevlogen, waarmee in totaal voor niet meer dan 21 miljard euro aan handel wordt gedreven. De overige 223 bestemmingen zijn goed voor 639 miljard euro.

    Vakantiebestemmingen

    Vluchten naar de populairste vakantiebestemmingen in Zuid-Europa mogen van de werkgroep blijven (ook als er maar weinig handel mee wordt gedreven), net als een aantal bestemmingen in landen waarmee Nederland een speciale band heeft, zoals Suriname, Curaçao en Indonesië.

    Daarnaast blijft nog een aantal bestemmingen behouden die op zichzelf niet-essentieel zijn maar wel zorgen voor de aanvoer van net genoeg transferpassagiers om intercontinentale vluchten rendabel te kunnen vullen. Met de 223 bestemmingen die overblijven houd je volgens de werkgroep een 'nuttige hub' over, waarbij de focus ligt op de behoeftes van de thuismarkt, en niet op die van de overstappers.

    Internationaal handelsland

    De luchtvaartsector verdedigt het hub-and-spoke-model van Schiphol met meer dan 300 bestemmingen. Vincent van Hooff, het Hoofd Vliegdienst van KLM, meent dat Nederland als internationaal handelsland deze verbindingen nodig heeft om een welvarende economie te hebben.

    Een grote luchthaven faciliteert dat en daar profiteren ook Nederlandse reizigers van: "Twee derde van onze passagiers zijn overstappers uit het buitenland, ongeveer een derde zijn lokale passagiers die opstappen in Nederland. Het goede nieuws is dat de mensen die hier opstappen, de Nederlanders, wel gebruik kunnen maken van dat netwerk".

    Spreiden van vakantievluchten

    KLM ziet in vermindering van het aantal bestemmingen vooral nadelen. Van Hooff: "Wij denken dat als je minder gaat vliegen op Schiphol passagiers gaan uitwijken naar luchthavens als Brussel of Düsseldorf. Daar los je het klimaatprobleem niet mee op en voor de economie is het ook niet goed."

    De luchthaven Schiphol zei niet in staat te zijn om op dit artikel te reageren, maar in het radioprogramma Sven op 1 zei Schiphol-directeur Dick Benschop afgelopen week dat hij geen "groei om de groei" wil. "Een gematigde groei kan noodzakelijk zijn voor het behoud van de hub en de kwaliteit van het netwerk", zegt Benschop. Hij ziet meer in het spreiden van de vakantievluchten naar regionale luchthavens, dan in krimp.

  4. Omwonenden en actiegroepen betogen vandaag bij Schiphol en vijf andere Nederlandse luchthavens tegen vervuiling en overlast van vliegverkeer. Ze willen dat Schiphol inkrimpt. De vliegvelden in Rotterdam en Beek (Maastricht Aachen Airport) moeten wat de actievoerders betreft helemaal sluiten. De actie wordt ook gevoerd bij de luchthavens Eelde, Eindhoven en Lelystad.

    In coronatijd hebben omwonenden gemerkt welke impact het vliegverkeer heeft op hun eigen welzijn en op het milieu. Nu het vliegverkeer weer aantrekt vinden ze het tijd om hun stem te laten horen, zegt de organisatie.

    Op de demonstratie bij Schiphol kwamen zo'n 150 mensen af, zag NOS-verslaggever Thomas Spekschoor: "Om nou echt te zeggen dat het heel groot is: nee. Maar mensen die op Schiphol binnenkomen zullen ze in ieder geval zien staan." Volgens de organisatie heeft de actie "nadrukkelijk niet tot doel de toegang tot de vliegvelden te beperken".

    De demonstranten hadden spandoeken bij zich met teksten als 'Koninlijke Luchtvervuilings Maatschappij' en 'Vluchten kan niet meer'.

    Steen des aanstoots voor de betogers is de in hun ogen ongebreidelde groei van Nederlandse luchthavens, die door de Nederlandse overheid wordt gestimuleerd. Vooral de hubfunctie van Schiphol is een doorn in het oog, zeggen ze.

    Veel passagiers op Schiphol komen niet om Nederland te bezoeken, maar alleen om door te reizen naar hun eindbestemming. Spekschoor: "Dat Nederlanders gebruikmaken van Schiphol vinden de meeste actievoerders hier prima. Maar ze komen in het geweer tegen al die mensen die overstappen en Nederland verder helemaal niet in komen."

    Volgens de demonstrerende partijen zoals Extinction Rebellion, Greenpeace, Milieudefensie en Urgenda betekent de focus op overstappers "de import van veel overbodige geluidsoverlast en vervuiling". Als de luchtvaart veel kleiner is, levert de sector een "gezonde bijdrage" aan de economie, vinden ze.

    Om 12.05 uur werd op alle locaties tien minuten stilte gehouden, om aan te geven dat het al lang vijf voor twaalf is geweest "voor mens, natuur en klimaat".

  5. Hypotheekadviseurs zien mensen steeds minder vaak hun hypotheek oversluiten. Dat heeft alles te maken met de ontwikkelingen van de hypotheekrentes, die sinds begin dit jaar snel stijgen.

    Ter vergelijking: op het laagste niveau, in september 2021, werd er nog gemiddeld 0,98 procent voor een hypotheek met 10 jaar rentevast en Nationale Hypotheek Garantie (NHG) betaald. Nu is dat 2,89 procent.

    Adviseurs merken dat consumenten veel vragen hebben over de stijgende rente, waardoor een nieuwe hypotheek een stuk duurder is dan een paar maanden geleden. "Je ziet dat sommige mensen wel een beetje in paniek zijn", zegt Martin Hagedoorn van De Hypotheekshop.

    "Natuurlijk heeft een stijgende rente consequenties", aldus Hagedoorn. "Je kan wat minder lenen en maandlasten nemen toe. Maar het is vaak minder erg dan mensen vrezen. We komen van een ontzettend lage rente. En hij is nog steeds historisch gezien heel laag, ondanks de verhoging."

    Bekijk hier wat een hogere rente betekent voor de maandlasten:

    "Mensen willen weten: wat heeft dat voor gevolgen voor mij en wat kan ik nu doen om de schade te beperken?", zegt Dorien Sanderink van de Kaplan Adviesgroep. "Maar een verdubbeling van de rente betekent nog geen verdubbeling van de maandlasten."

    Dat is omdat een deel van de hypotheek bestaat uit aflossing van de lening. Verder is er nog de hypotheekrenteaftrek, waardoor er netto minder rente wordt betaald.

    Oversluithausse voorbij

    Toen de hypotheekrentes begonnen te stijgen, hebben veel mensen hun hypotheek overgesloten om hun rente voor jaren vast te zetten op een toen nog relatief laag niveau. Die oversluithausse is nu wel voorbij. "Het oversluiten is wel heel erg afgenomen. Het hoogtepunt was zo rond februari-maart", zegt Hagedoorn.

    "Oversluiters zijn er nog steeds, wel minder dan begin dit jaar", zegt Carina Kloet van De Hypotheker. "Er is geen vast omslagpunt wanneer het nog wel of niet meer interessant is om over te sluiten, dit hangt heel erg af van de specifieke klantsituatie."

    Adviseurs zien dat mensen nu vaker hun hypotheek verhogen, bijvoorbeeld voor een verbouwing. "Mensen die al verbouwplannen hadden, halen die nu naar voren vanwege de alsmaar stijgende rente", zegt Hagedoorn. "Die denken: als we wachten, wordt het straks te duur. Het is ook een teken van de krapte op de woningmarkt. Verhuizen is moeilijk, dus gaan mensen hun bestaande huis maar verbouwen."

    Sanderink merkt dat het verduurzamen van huizen nu populair is, onder meer vanwege de stijgende energieprijzen.

    Minder bieders

    Mede door de stijgende rente en dus hogere kosten van een hypotheek gingen de huizenprijzen in de eerste maanden van dit jaar minder hard omhoog dan voorheen. Op jaarbasis stegen de prijzen zo'n 14 procent. Eerder was dat nog zo'n 20 procent. Ten opzichte van het kwartaal daarvoor daalden de prijzen zelf ietsje, met zo'n 2 procent.

    "Wij verwachten eerder een stabilisatie van de prijzen dan een echte daling", zegt Hagedoorn. "De krapte is daarvoor te groot. Eerder boden vaak wel dertig mensen op een huis, nu zijn dat er minder. Mensen zijn wat terughoudender geworden. Maar als er nu nog maar zes mensen bieden, gaat het huis nog steeds boven de vraagprijs weg."

    Ook bij De Hypotheker zien ze dat er vaak minder bieders zijn. "Het lijkt erop dat de markt minder gespannen is dan een half jaar eerder", zegt Kloet. "De kans dat je als koper 'ertussen komt' en je bod geaccepteerd wordt, is groter geworden. Wat ons betreft een gezonde ontwikkeling."